MADPAC interviewt ondernemer Casper Reinders

Interview: Jorrit Niels
Camera & montage: Rik Romkes

Woon je in Amsterdam? Grote kans dat je dan wel eens in één van zijn zaken bent geweest. Maar ook niet-Amsterdammers zullen ongetwijfeld tenten van horeca-ondernemer Casper Reinders kennen. Jimmy Woo, Bo Cinq en Nacional om er maar een paar te noemen. Maar hoe is het de 43-jarige Reinders gelukt om zo groot te worden? In een nieuwe serie interviewt MADPAC geslaagde ondernemers over hun drijfveren, successen, maar ook mislukkingen.

Met acht zaken in Amsterdam kun je hem een horecatycoon noemen, al zal Reinders dat zelf nooit beamen. Daar is hij veel te bescheiden voor. Toch heeft hij al een hoop bereikt. Hij startte Café Fortuyn in Haarlem. Maar… ‘Amsterdam is toch waar het gebeurt’ en dus vertrok de ondernemer al snel naar de hoofdstad en begon daar z’n noodlebar NOA. Een regelrechte hit die een jaar later werd opgevolgd door het Aziatische Moko, Joia – later Suzy Wong – en in 2003 de legendarische Amsterdamse club Jimmy Woo. Die nog steeds succesvol is. Zo niet succesvoller volgens Reinders: “We draaien nu eigenlijk nog beter dan in het begin.”

JimmyWoo

Het begon allemaal in New York toen hij het ‘loungen’ ontdekte bij Lot 61. Na een tussenstop met een café op de Grote Markt in Haarlem kwam er dus NOA – de eerste lounge en noodlebar van Nederland – en de rest is geschiedenis. “Het grand cafe in Haarlem was hartstikke leuk en we hebben er heel veel geld verdiend, alleen na een jaar wilde ik het toch in Amsterdam proberen.”

Vanuit daar bouwde Reinders zijn netwerk op en breidde uit tot het imperium dat hij nu heeft. “NOA is het mooiste dat ik ooit heb gedaan. Mensen denken vaak dat het Jimmy Woo is en dat is ook een hele goede nummer twee, maar NOA was toch mijn eerste kindje. Ik wist totaal niet wat ik had gedaan. Ik was gewoon een restaurantje begonnen en opeens had ik in het weekend wachttijden van drie uur. Als je tegen mensen om 20.00 uur zei ‘het is nog drie uur wachten’ dan vonden ze het nog prima ook! Staand aan de bar eten was ook geen probleem.”

Je hebt het nu te over, maar in die tijd was zoiets als NOA nieuws, Nederland kende nog geen hippe moderne horeca-concepten. Met een grote schare fans tot gevolg. “Wij kregen alles over de vloer. De voetballers van AJAX, de hoeren van Yab Yum, de internetjongens, de Quote 500, maar ook families.”

Toch is Reinders geen onmiskenbare horecaman. Hij studeerde PR & Marketing aan The New School in Amsterdam en had geen idee hoe een bar werkte tijdens zijn eerste avontuur in Haarlem. “Ik drink niet, nou ja twee keer per jaar stevig en verder niet, dus dan vroeg iemand naar een Eau de Vie en ik had geen idee. Ik ‘ja’ zeggen en vervolgens de hele bar door, op zoek naar die Eau de Vie. Daar leerde ik veel, maar NOA was pas echt een snelkookpan. Dat was de beste horecacursus die ik me ooit heb kunnen wensen.”

Nacional
Foto: Jakob van Vliet

Mensen zeggen vaak dat Reinders ‘gouden vingers’ heeft, maar hijzelf vindt dat ‘bullshit’. Er zijn ook best dingen misgegaan. Met Ludwig heb ik de eerste tijd drie ton verloren voordat het aantrok. “Zoals mijn vader zei: ‘ondernemen is meer goed doen dan slecht doen’, dus zolang je maar veel goede projecten neerzet dan ben je succesvol.”

Reinders gaat verder en vertelt over John de Mol en Joop van den Ende die ook ooit wel eens failliet zijn gegaan. Hij vindt dat ook niet gek. “Als ondernemer heb je toch een beetje een boord voor je kop. Je neemt heel veel risico en investeert heel veel geld en er kunnen soms nu eenmaal misgaan. Dan kan het je kop kosten. Een echte ondernemer staat dan weer op en gaat door. Daarom is 95 procent van de Nederlandse bevolking geen ondernemer.”

Het was voor Reinders geen optie om niet te gaan ondernemen. Net zoals zijn broer Roeland. Samen zaten ze als jongens ademloos te luisteren als hun vader aan de telefoon ‘aan het wheelen en dealen’ was. “Het hele onderhandelen en het snelle schakelen vind ik mooi.”

Toch weet Reinders waar hij sterk in is en probeert niet alles zelf te doen. Hij zoekt mensen om hem heen en vult dat aan met waar hij goed in in. “Conceptmatig ben ik sterk. Van het idee tot aan het interieur. PR & Marketing ook, ik ben toch altijd wel het gezicht van de zaak. Maar heel veel dingen doe ik niet. Na de opening zit voor mij het grootste gedeelte erop. Maar ook daarvoor ben ik niet zo’n ondernemer die alles doet. Neem Jimmy Woo. Daar huurde ik een bekende DJ in om een DJ-booth te maken en een goede barman om de bar in te richten. Waarom zelf doen als er mensen zijn die écht weten hoe het moet?”

Bo-Cinq-Web-2
Foto: Jakob van Vliet

En dan? Als de zaak eenmaal open is, wachten totdat het geld binnenstroomt? Niet voor de Amsterdammer. “Als alles te relaxt en teveel gaat ‘kabbelen’, dan ga ik op zoek naar nieuwe problemen. Met problemen bedoel ik een nieuwe zaak, haha. Dat iedereen weer even scherp is, en ikzelf ook, en denkt what the fuck. Dat is ook nodig, anders kak je in. Dat kan soms erg vermoeiend zijn, maar ik heb dat nodig.”

Maar wat is het geheim nu van Casper Reinders. Geluk, keihard werken of een perfecte blik op de laatste trends. Een ‘combinatie van de eerste twee’, maar zeker niet de laatste. “Ik geloof niet in trends. Ik zie nu veel concepten die één ding kunnen. Neem een restaurant die salades gaat verkopen. De eerste is dan vaak heel leuk, maar dan gaat de rest er blindelings achteraan lopen. Daar geloof ik niet in. Dat is niet interessant.”

Hij gaat verder met een vraag die hij te pas en te onpas krijgt. New York is één van zijn favoriete steden, gaat hij daar naartoe om inspiratie op te doen? “Mensen vragen dat vaak. Maar nee, ik kom omdat ik het daar leuk vindt en ik ben heel eenkennig, dus ga alleen maar naar dezelfde plekken. Ik ben niet geïnteresseerd in nieuwe zaken. Niet omdat ze het niet goed doen, maar ik doe alles op gevoel. Vaak net op het goede moment. Dus geluk? Zeker, mazzel met keihard werken.”

Hoewel Reinders al vaak heeft gezegd dat hij zich over een paar jaar terugtrekt uit de horeca, is het hem nog steeds niet gelukt. Omdat interieurs en antiek hem al vanaf jongs af aan boeien hoopt hij daar in verder te gaan. Met interieurzaak Libertine heeft hij onlangs een begin gemaakt, al zijn er nog zeker dromen om toch weer nieuwe zaken te openen. “Een hotel zou ik toch wel heel graag openen. Een zaak in het buitenland leek mij daarnaast ook altijd een groot avontuur. In Las Vegas was ik erg dicht bij een Jimmy Woo in het Venetian Hotel. Ik had niks met die gasten daar, maar ik had het eigenlijk moeten doen voor het avontuur. Ik had moeten uitvinden wat er dan was gebeurd.”

Libertine

Gaan we één van die dingen binnenkort zien in Amsterdam? Grote kans dat zijn horeca-afscheid nog wel even op zich laat wachten. Een klein hotelletje zou binnenkort best wel eens z’n deuren kunnen openen. “Ik heb überhaupt een soort hotel-fetisj. Vroeger werkte ik er en ben al sinds het begin van m’n carrière bezig om te kijken of ik daar iets in kan doen. Vooral achter de schermen vind ik leuk hoe dat allemaal werkt. Wel een klein hotel hoor, want het is naast enorm duur ook nog eens lastig om een geschikte plek te vinden Ik denk in Amsterdam, maar ook heel graag in Ibiza, waar ik ook een huis heb en een groot deel van de tijd woon met mijn vrouw en kind. Maar ja, ik denk dat m’n vrouw mij dan vermoord, haha.”