Column – David over solliciteren, Londen-style

Door: David van Roon

David van Roon is journalist en woont in Londen. Voor MADPAC schrijft hij over het leven daar. Deze week: een sollicitatiegesprek Londen-style. Gaat David voor het grote geld?

De man tegenover me legt zijn handen op het tafelblad en kijkt mij aan. Hij draagt een donkere colbert en een lichtblauw overhemd. Zijn stropdas is Hermès, verticaal gestreept. Hij glimlacht zijn gebleekte tanden bloot, de groeven rondom zijn mond worden dieper. Een oudere Patrick Bateman, denk ik. Hij begint te praten.
“Waarom wil je in finance werken?” Ik slik, en herhaal de woorden die me door het recruitment agency zijn ingefluisterd: “Omdat ik veel geld wil verdienen, snel. I want to make it in London.” De man kninkt. “Dan zit je hier juist.”

skyline

Het is warm buiten, de zomer trekt over Euston Square, een verstikkende deken. Buiten lopen mannen met hun colbert over de arm geslagen. In de Starbucks om de hoek checkte ik mezelf nog op zweetplekken. Ik bekeek mezelf in de spiegel, herschikte m’n stropdas. All good. Ik heb een donkerblauw pak aan, chique maar modern, met bruine brogues. Vóór het gesprek ben ik geïnstrueerd door een vrouw van het recruitment agency. Met haar sterke Cockney-accent vertelde ze me precies wat ik tijdens de sollicitatie moest zeggen. “Het maakt niet uit dat je dit niet wilt,” zei ze, en legde een hand om m’n arm. “Het gaat om het geld. Na dat eerste salarisstrookje ben je verkocht.”

Topshop pak
Londen, de stad van glas, geld, de 70-urige werkweek, haast, de tube die onder de straten raast. Net-afgestudeerden stromen vanuit het hele Verenigd Koninkrijk, de hele wereld, naar Londen. De belofte van geld – startsalarissen van 45.000 pond, bonussen komen daar nog bovenop –  een goed leven. De dag voor het sollicitatiegesprek bij ‘Patrick Bateman’ ben ik bij het recruitment agency, vlakbij Chancery Lane.

Alle jongens dragen Topshop pakken, de meisjes kokerrokken en blazers. Het zijn de gezichten van net-afgestudeerden. Allemaal hoopvol; want ik ben anders én mij gaat het wel lukken. We stellen ons allemaal kort voor. Wie ben je, wat doe je hier, met welk gemiddelde ben je afgestudeerd. Een vrouw in de hoek maakt aantekeningen.

We worden in groepen opgedeeld, moeten een korte salespresentatie voorbereiden. Later op de dag wordt de groep in tweeën gedeeld. Allebei de groepen worden naar een andere kamer geleid. We krijgen te horen dat de andere groep naar huis wordt gestuurd, wij gaan door. Dit gebeurt nog drie keer, totdat er van de vijftig waarmee de dag begon nog vijf over zijn.

Ik krijg mijn eigen ‘talent coach’ toegewezen. Een vrouw van eind twintig, een type dat je in Nederland vooral in Scheveningen rond ziet lopen. “Jij gaat het maken,” zegt ze. Haar haren een grote opgeföhnde, blonde poef op haar hoofd. Morgen heb je je eerste sollicitatie, deelt ze me mee. “Nog één ding voordat je gaat,” zegt ze, “je moet sterker zijn als persoon. Je lacht wel leuk, maar ik wil dat je hard bent. Het woord nee ken je niet, goed? Aan het eind van de sollicitatie heb je de baan. Je moet er om vragen.”

Afgang
Het is warm in het kantoor. Patrick Bateman gaat verder. “Waarom ga je niet iets creatiefs doen? Je CV wijst in die richting.”

Waarom niet, denk ik bij mezelf. Ik geef het antwoord dat van de Cockney dame is, mijn stem meer monotoon dan ik zou willen. “Ik heb me gerealiseerd dat de creatieve industrie niet genoeg geld oplevert. Ik wil hier in Londen kunnen leven zoals het is bedoelt.”

euston-2

Patrick Bateman knikt. Het gesprek verloopt volgens script. Alle vragen die me gevraagd zouden worden, passeren de revue. Dan staat hij op, trekt zijn jasje recht, en zegt dat het goed was me te ontmoeten. Nu moet ik de vraag stellen die ik écht niet wilde stellen. Dus, heb ik de baan? Bateman kijkt me aan, even stil en antwoord, zoals voorspeld door de Cockney dame: “Dat moeten we eerst nog intern bespreken.”

Ik geef het ingestudeerde tegenwicht: “Maar als jullie nu nog niet weten of ik de baan heb, heb ik u niet voldoende overtuigd. Dus dat ga ik nu doen.” Weer herhaalt Bateman dat hij het écht met collega’s moet bespreken. We slaan de bal nog even over en weer, tot hij me vrij kordaat voorgaat en naar de lift loopt. Zijn ogen glijden over mij. Wanneer de liftdeuren sluiten kijkt hij mij aan. Net voor dat z’n gezicht achter de sluitende deuren verdwijnt, zegt hij: “Next time, black shoes.”

Nu ik terugblik op deze gebeurtenissen ben ik blij dat ik de baan niet kreeg. Ik wil niet als salesman werken. Wel wilde ik overleven in deze stad. Wat lastig blijkt zonder een stevig betaalde positie. Londen is de stad van het grote geld, niet van banen in de culturele sector. Wanneer ik Bateman en zijn compagnons door de straten van Londen zie lopen, zie ik niet langer hun witte tanden en merkpakken, maar de kringen onder hun ogen, de dames aan hun armen met faux glimlachen op hun gezicht, en ben ik blij dat ik hier zit, en dit schrijf.

David van Roon studeerde Journalistiek in Utrecht en Creative Writing in Parijs en Canterbury. Nu woont hij in Londen. Daar werkt hij als freelance journalist en voorziet hij dames van goedbedoeld advies in de Cosmopolitan. Een paar keer per jaar reist hij naar Parijs, waar hij founding father en managing editor is van het literaire tijdschrift The Menteur. Momenteel werkt hij aan de bewerking van één van zijn verhalen voor een korte film.