Column – David over daten in een museum

Door: David van Roon

David van Roon is journalist en woont in Londen. Voor MADPAC schrijft hij over het leven daar. Deze week heeft hij een date in het British Museum. Volgens David bleek het ‘een slechte eerste keuze’. Maar kan-ie het nog redden?

Mensen stromen uit het Tottenham Court Road-station, recht het hart van Soho in. Het is zaterdag. De lucht is grijs en de straten glimmen. Ik ben op date. Het meisje is mooi en Frans, doet me aan Anna Karenina denken. Om indruk op haar te maken, ga ik aantonen dat ik verstand heb van kunst en cultuur, en neem ik haar mee naar het British Museum. Wie Londen kent, weet dat het hier al fout gaat. De stad is één van de grootste culturele hubs ter wereld. Met zo’n verscheidenheid – van de Royal Academy tot een obscuur speelgoedmuseum en van de moderne kunst in het Tate tot aan het waaiermuseum – is het British Museum een conservatieve keuze.

10011195_10206319023071290_363003642_n

Wanneer we via de grote marmeren poort het plein op lopen dat zich voor het museum uitstrekt, betreden we tegelijkertijd het epicentrum van de selfiesticks en I Love London-mutsen. Binnen is het niet anders. Onder de grote glazen koepel valt de massa uiteen in kleinere groepen, allemaal op zoek naar de hoogtepunten van het museum. Als ik de richting van de mensenstroom moet geloven, zijn dat de mummy’s, de Rosetta Stone en delen van het Griekse Parthenon. Het is de koepel boven ons die mijn aandacht trekt. De glazen vensters zijn dik en tonen de lucht, die nu donkerblauw kleurt, als een impressionistisch schilderij. Deze observatie vertel ik aan mij dat. Het lukt mij zelfs nog om er een verwijzing naar Monet in te verwerken. Ze knikt en gaat mij voor de grote ronde trappen op.

Members only
In Londen naar het museum gaan, het hoort erbij. Niet zo gek, alle musea zijn gratis. Je betaalt alleen voor de wisselende exposities. Leden worden actief geworven. Voor 60 pond per jaar ben je lid en mag je naar alle wisselende exposities en lezingen, en heb je toegang tot de members room. In Londen ben je niet lid van een politieke partij, maar van een museum. Een Londense vriend zocht mij ooit op in Amsterdam en vertelde met grote ogen – hij was zelf lid van het V&A: “Je moet met me mee naar de members room.” Een intensere blik heb ik sindsdien niet gezien. “Een kamer vol juwelen! Dan gaan we scones eten en thee drinken!”

British_Museum_Great_Court,_London,_UK_-_Diliff

In het British Museum lopen mijn date en ik door een gang die aan beide kanten worden bewaakt door hoog boven ons uit torenende Assyrische leeuwen. Er staat een rij mensen voor de zwart marmeren beelden, één voor één leggen ze hun handen op de stenen borst van het dier, maken vakantiekiekjes. Het boordje met Please don’t touch the lions hangt er eenzaam bij.

Griekse vazen
Het museum is opgedeeld in lange gangen en kleine ruimtes. Tot driemaal toe wordt ik opzij geduwd door een man met een camera. Mjin date krijgt een schop tegen haar been van een sproetig joch dat hard door de gangen rent, hier en daar afremmend om tegen een scheen te trappen. Echte Londenaren weten dat ze niet ‘s middags, en al helemaal niet in het weekend, naar de grote musea moeten gaan. Ik weet dat nu ook. Het goed bewaarde geheim is dat veel musea tweemaal in de week tot tien uur ‘s avonds openblijven. Wanneer je ‘s avonds door één van deze stad haar verlaten musea loopt, is het moeilijk voor te stellen dat het niet zo is bedoeld.

11130544_10155374352260029_132046915_n

Mijn date wil de Griekse vazen zien. De kamer met de vazen is leeg. We bekijken het zwart met gele aardewerk. Even ben ik onder de indruk van de voelbare reikwijdte van de oudheid, dan zeg ik: “Kijk, deze man heeft een puntige penis.” Ik wijs naar een werkelijk overdreven puntig geslacht.

Ik weet niet of ze me heeft gehoord, maar evengoed wendt ze zich naar de vaas. “Deze heb ik bestudeerd tijdens mijn studie!” begint ze enthousiast. Nu vertelt ze me dat ze Kunsthistorie heeft gestudeerd. In gedachten flits ik langs de opmerkingen die ik vandaag heb gemaakt. Monet, puntige penissen, maffe baby’s en iets (overdreven!) vaags over Chagall en een Grieks standbeeld van een jongeman. Ze glimlacht naar me en kust vervolgens mijn wang terwijl het figuurtje met de puntige penis me aankijkt vanaf zijn eeuwige vaas.

David van Roon studeerde Journalistiek in Utrecht en Creative Writing in Parijs en Canterbury. Nu woont hij in Londen. Daar werkt hij als freelance journalist en voorziet hij dames van goedbedoeld advies in de Cosmopolitan. Een paar keer per jaar reist hij naar Parijs, waar hij founding father en managing editor is van het literaire tijdschrift The Menteur. Momenteel werkt hij aan de bewerking van één van zijn verhalen voor een korte film.